De modernisering bleef niet beperkt tot de applicatie zelf. NGI beschikt over afzonderlijke omgevingen voor ontwikkeling, integratie, gebruikersacceptatie (UAT) en productie. Via infrastructuurautomatisering en GitOps worden infrastructuur en applicaties op een consistente manier beheerd.
Ook beveiliging en beheerbaarheid werden meegenomen in het ontwerp. De architectuur voorziet in een duidelijke scheiding tussen interne en internetgerichte netwerkzones, gecontroleerde toegang en versleutelde opslag van applicatiegeheimen. Configuraties, certificaten en wijzigingen worden via controleerbare processen beheerd.
Daarnaast werd een centrale observabilityomgeving opgezet waarin ontwikkelaars en beheerders metrics, logs en traces vanuit verschillende omgevingen kunnen raadplegen. Dat geeft hen een gezamenlijk operationeel beeld en ondersteunt het opvolgen van releases, het onderzoeken van problemen en het bewaken van de gezondheid van het platform.
De combinatie van gestandaardiseerde deployments, centraal inzicht en geautomatiseerd beheer biedt NGI een basis om toekomstige toepassingen volgens dezelfde principes te ontwikkelen en uit te rollen.
Bij de architectuurkeuzes werd ingezet op open technologieën, waaronder Apache Solr en K3s, en op open uitwisselingsformaten zoals JSON, GeoJSON en XML. Dat ondersteunt de interoperabiliteit van Geosearch en kan de afhankelijkheid van specifieke leveranciers beperken. De mate van technologische autonomie hangt daarbij ook af van de bredere infrastructuur- en beheerkeuzes.